Voetbal spelregeltoets – KNVB Basisopleiding scheidsrechtersquiz

by:

Toetsen

Op deze pagina staan een aantal spelregeltoetsen met betrekking tot de spelregels die de KNVB voor het veldvoetbal heeft opgesteld. Deze vragen zijn echte examenvragen die ook terugkomen in het examen die scheidsrechters moeten afleggen bij de KNVB cursus: Basisopleiding Scheidsrechter (BoS).

Doe nu een voetbal spelregelquiz en kijk hoeveel jij van veldvoetbal weet! De quizvragen helpen je om je kennis te testen van alles rondom de spelregels. Fout gevonden? Laat dit weten via het contactformulier.

 

 

Leuk om samen uit te voeren om je kennis te testen en ook goed voor het testen van je kennis voor de KNVB Basisopleiding voor scheidsrechters of gewoon als leuke pub-quiz. De antwoorden vind je hier.

Ok, we gaan van start!

 

Vraag 1: Je legt het spel stil omdat een wisselspeler op de bank een object werpt naar een veldspeler en hem hiermee raakt. Wat ken je vervolgens toe aan de benadeelde ploeg?

A) een directe vrije schop

B) een indirecte vrije schop

C) een scheidsrechtersbal

D) een inworp

 

Vraag 2: Ja! Het moment is daar, eindelijk een goede counter van de Wilnis Slakken. De aanvaller van de Slakken speelt zowaar twee verdedigers voorbij en rent nu helemaal vrij op het doel af. Hij heeft nog geen 25 meter te gaan wanneer Beun de Haas van de verdedigers hem inhaalt en de bal probeert te raken. Hij raakt echter de aanvaller die hierdoor op de grond terecht komt en zijn actie niet af kan maken. Wat doe je?

A) je geeft een directe vrije schop en gele kaart

B) het is een directe vrije schop met rode kaart

C) je kiest voor een directe vrije schop

D) je beslissing is een indirecte vrije schop en gele kaart

 

Vraag 3: Je maakt wel eens een fout, je bent nu eenmaal menselijk. Maar hoe herstel je de situatie waarin je bent vergeten dat het al de tweede gele kaart was die je Arie de Beuker had gegeven? Je hebt hem verder laten spelen. maar wat doe je nu je erachter bent gekomen?

A) je maakt er melding van bij de bond en stuurt de speler alsnog van het veld

B) je maakt er melding van bij de bond. De speler kan echter verder spelen

C) je laat hem doorspelen, het is nu immers te laat

D) je kunt niets doen totdat hij nog een keer een overtreding begaat met een gele (of rode) kaart

 

Vraag 4: Wanneer iemand een strafschop neemt kan hij dit razendsnel doen. Ook in zijn eigen strafschopgebied, maar wat doe je wanneer de tegenstanders niet genoeg tijd hebben gekregen het strafschopgebied te verlaten?

A) je laat gewoon doorspelen, dat is immers eigen verantwoordelijkheid

B) je laat gewoon doorspelen, maar alléén wanneer geen van de spelers van de tegenpartij de bal binnen het strafschopgebied hebben geraakt

C) het kán, maar alleen wanneer de tegenstanders een minimale afstand van 9.15 meter hebben

D) deze actie is niet toegestaan en legt het spel stil. De strafschop moet opnieuw genomen worden

 

Vraag 5: Je fluit af en kent een directe vrije schop toe. Welke situatie is hieraan vooraf gegaan?

A) een speler verlaat het speelveld om een wisselspeler een klap te verkopen

B) een speler laat zijn tegenstander struikelen bij het nemen van een indirecte vrije trap

C) een speler wordt geslagen vlak voordat hij een in wil gooien

D) een verdediger heeft een aanvaller in zijn loop belemmerd

 

Vraag 6: Een ernstige overtreding heeft plaatsgevonden en je besluit een strafschop te geven. Bij het nemen van de strafschop besluit de aanvaller echter om een schijnbeweging te maken en scoort vervolgens met een mooi doelschot! Wat vind je hier van?

A) wat een actie! Je fluit voor een gescoord doelpunt en wijst naar de middenstip

B) dit kan jammer genoeg niet! Slimme actie, maar niet toegestaan. Je keurt de goal af en wijst een indirecte vrije schop toe voor de tegenpartij

C) dit kan jammer genoeg niet! Slimme actie, maar niet toegestaan. Je keurt de goal af en wijst een indirecte vrije schop toe voor de tegenpartij plus een gele kaart voor de overtreder

D) dit kan jammer genoeg niet! Slimme actie, maar niet toegestaan. Je keurt de goal af en wijst een scheidsrechtersbal toe

 

Vraag 7: Extra tijd wordt aan het einde van een helft opgeteld bij de speeltijd. Dit om verloren tijd weer goed te maken. Welk van onderstaande tijd tel je hier niet bij op?

A) wissels en verloren tijd voor spelhervattingen

B) de tijd die je hebt gespendeerd om een blessure van een aanvaller te beoordelen bij een overtreding

C) drinkpauzes of pauzes met medische oorzaak (mits toegestaan door competitie-reglementen)

D) verloren tijd doordat een onjuist genomen strafschop opnieuw moest worden genomen

 

Vraag 8: Je shirt uittrekken en je ontblote bovenlichaam tonen bij het vieren van een doelpunt mag niet, maar wat doe je wanneer een speler zijn shirt over zijn hoofd trekt zonder het helemaal uit te doen en onder dit shirt nog een identiek shirt heeft, inclusief naam en rugnummer?

A) je geeft hem een vermaning voor zijn gedrag

B) je toont hem een gele kaart voor zijn gedrag

C) je staat het toe omdat hij alsnog een shirt aanheeft met herkenbare markeringen

D) je staat het toe omdat er geen reclame of aanstootgevende uitingen op het shirt staan

 

Vraag 9: Ai, een toeschouwer op het veld! En hij houdt de bal tegen om zo een goal te voorkomen. De bal gaat nu rakelings langs het doel om zo achter de achterlijn te geraken. Pffff, wat moet je nu doen?

A) je kiest voor een indirecte vrije schop die vanaf elk willekeurig punt binnen het doelgebied genomen mag worden

B) het wordt gewoon een doelschop, de verdedigende partij heeft de bal immers niet geraakt

C) dat wordt een indirecte vrije schop op de plaats waar de toeschouwer de bal raakte

D) je geeft een scheidsrechtersbal

 

Vraag 10: Er zijn geen verdedigers meer tussen spits en doel en in een poging de keeper te misleiden loopt de aanvaller van de Wilnis Slakken met de bal geklemd tussen zijn benen zo het doel in. Het ziet er niet uit, maar het lukt hem wel zo te scoren. Wat doe je?

A) je geeft een indirecte vrije schop in het voordeel van de verdedigers. Je mag helemaal niet met twee benen aanvallen

B) je geeft een indirecte vrije schop in het voordeel van de verdedigers en tevens een gele kaart aan de spits voor zijn gedrag

C) je geeft een indirecte vrije schop in het voordeel van de verdedigers. Deze actie lokt immers gevaarlijk spel uit

D) je keurt het doelpunt goed. 1-0 voor de Wilnis Slakken!

 

Vraag 11: Je hebt gefloten. Welk van deze situaties heeft je doen grijpen naar je fluitje?

A) je hebt net een doelpunt toegekend

B) je laat het spel hervatten met een strafschop

C) je laat het spel hervatten met een vrije schop

D) je hebt net een hoekschop toegekend

 

Vraag 12: De spits van de Slakken heeft zich achter de achterlijn gepositioneerd om zo niet buitenspel te staan. Bij de aanval weet de keeper de bal te vangen en wil deze uitgooien. Voordat hij dit kan doen komt de speler echter in het veld om dit te verhinderen. Welke beslissing neem je?

A) je laat gewoon doorspelen, de spits stond immers niet buitenspel en neemt nu gewoon weer deel aan de wedstrijd

B) je geeft deze spits een waarschuwing en kent een directe vrije schop toe op de plaats waar de bal was toen je affloot

C) je geeft deze spits een waarschuwing en kent een indirecte vrije schop toe op de plaats waar de bal was toen je affloot

D) je geeft deze spits een waarschuwing en fluit alsnog af voor buitenspel

 

Vraag 13: Een mooi schot, maar de bal raakt helaas de assistent-scheids en raakt uit koers, zo buiten het speelveld. Op welke manier kun je het spel nu niet laten hervatten?

A) met een scheidsrechtersbal

B) met een doelschop

C) met een inworp

D) met een hoekschop

 

 

Vraag 14: Bam! De keeper van de Wilnis Slakken weet de bal goed te raken. De spits van de Slakken staat op het moment van schieten achter de laatste man van de tegenpartij maar rent toch achter de bal aan. Met alleen nog de keeper te gaan wil hij schieten maar raakt de bal niet en de keeper maakt een misstap waardoor hij de bal ook niet raakt. Deze rolt op zijn dooie gemak het doel in. Wat is jouw oordeel?

A) het is een doelschop voor de verdedigers

B) het is een doelschop voor de Slakken

C) het is een indirecte vrije schop wegens buitenspel

D) het is een goal

 

Vraag 15: De rechtsmidden van de Wilnis Slakken glijdt telkens uit en kiest er zelf voor zijn schoenen om te wisselen voor andere. De wedstrijd is echter nog in volle gang en nét wanneer hij zijn nieuwe schoenen aan heeft en de oude buiten het veld heeft staan krijgt hij de bal toegespeeld. Deze actie leidt tot een doelpunt. Wat doe je als scheidsrechter?

A) het is een doelpunt. De spelregels zeggen hier niets over

B) het is een doelpunt, maar je controleert de schoenen naderhand direct

C) je fluit af, het is geen geldige actie en controleert de schoenen. De tegenpartij krijgt een indirecte vrije trap mee

D) je fluit af, stuurt de speler van het veld en laat hervatten met een indirecte vrije trap voor de tegenpartij. Bij de eerstvolgende onderbreking controleert je de schoenen

 

Vraag 16: Wanneer mag je de voordeelregel nooit gebruiken?

A) bij uitschelden van een medespeler

B) bij vasthouden van een tegenstander

C) bij het laten vallen van een tegenstander

D) geen van deze, de voordeelregel mag je altijd gebruiken

 

Vraag 17: De Beuker duwt bij een verdedigende actie de spits van de Slakken omver met zijn schouder bij een aanval met een hoge voorzet. Het gebeurde voordat de bal binnen het bereik van de spits kwam, maar de Beuker kon de bal daarna gemakkelijk over het doel koppen. Jammer van de mooie kans voor de spits. Wat moet je hierover beslissen?

A) niets, het is gewoon een corner

B) je geeft een gele kaart

C) je geeft een rode kaart

D) je geeft alleen een gele kaart indien de speler nog geen geel heeft

 

Vraag 18: De keeper neemt een doelschop en hij neemt hem snel. Zo snel dat hij de bal op de grond gooit en terwijl deze nog in het doelgebied rolt een trap verkoopt. Keur je dit goed?

A) ja dit keur je goed. De bal was volgens de regels nog in het doelgebied toen deze getrapt werd

B) nee dit keur je niet goed. De bal lag immers niet stil op de horizontale lijn van het doelgebied

C) nee dit keur je niet goed. Bij het nemen van een doelschop moet de bal ten alle tijde stilliggen

D) ja, dit keur je goed. De keeper mag zijn doelschop namelijk op elke willekeurige plaats vanuit het doelgebied nemen

 

Vraag 19: In welk van de volgende situaties laat je het spel hervatten met een indirecte vrije trap?

A) een te hoge trap met een been op het moment dat een ander de bal wil koppen en daarbij wordt geraakt

B) bij het duwen van een tegenstander

C) wanneer iemand zijn tegenstander wil laten struikelen

D) op gevaarlijke wijze spelen

 

Vraag 20: De spits van de Slakken staat bij de doellijn op het punt de bal in een verlaten doel te koppen. Dat is, totdat een verdediger met een te hoog been de bal voor zijn hoofd wegtrapt zonder de spits te raken. Wat is de juiste beslissing?

A) dat is een indirecte vrije trap voor gevaarlijk spel

B) dat is een gele kaart voor de verdediger en een indirecte vrije trap

C) de verdediger geef je geel voor gevaarlijk spel en je laat het spel hervatten met een strafschop

D) de verdediger verdient rood voor gevaarlijk spel en het voorkomen van een scoringskans en je laat het spel hervatten met een indirecte vrije trap

 

Vraag 21: Alle begin is moeilijk, en bij het nemen van een scheidsrechtersbal schopt een D-tje van de Wilnis Slakken na de eerste stuitert de bal zo in eigen doel. Wat is de juiste spelhervatting?

A) het is geen goal, maar de aanvallers verdienen wel een hoekschop

B) je laat de scheidsrechtersbal opnieuw nemen

C) een indirecte vrije trap voor de aanvallende partij

D) aftrap, het is een geldige goal

 

Vraag 22: Een verdediger wil maar niet ingooien bij een inworp en je besluit dit te bestraffen met een gele kaart voor tijdrekken. Wat is de juiste spelhervatting?

A) een indirecte vrije schop voor de tegenstanders vanaf de zijlijn

B) een directe vrije schop voor de tegenstanders vanaf de zijlijn

C) een inworp voor dezelfde partij

D) een inworp voor de tegenstanders

 

Vraag 23: Een verdediger maakt een zware overtreding. Zo zwaar, dat de aanvaller er zeker geblesseerd van had kunnen raken. Mag je nu voordeel geven?

A) nee, dit mag nooit

B) ja, want voor een zware overtreding hoef je niet in alle gevallen te fluiten

C) ja, maar alleen als een medespeler van de aanvaller gescoord heeft voor je kunt fluiten

 

Vraag 24: De Wilnis Slakken hebben een inworp toegewezen gekregen en gebruiken de vervangende bal om hem heel snel te nemen. De andere wedstrijdbal was nog binnen het speelveld en de tegenpartij gooit deze in het pad van de nieuwe bal. Hierbij wordt deze rakeling gemist, maar het geeft een verwarrende situatie en je fluit af. Wat is je volgende stap?

A) je geeft een directe vrije schop voor de Slakken

B) dit is duidelijk een geval voor een scheidsrechtersbal

C) het wordt een indirecte vrije schop voor de Slakken

D) dit was te snel, ze moeten de inworp overdoen

 

Vraag 25: De Slakken hebben een mooie aanval en weten vlák voor het einde van de eerste helft nog een voltreffen te maken, goal! Je kent het doelpunt toe en fluit direct af, einde van de helft. De spelers hebben het veld nog niet verlaten of je hoort al via je headset dat de spits de bal met zijn hand het doel in hielp. Wat moet je nu doen (wanneer je meegaat in de constatering)?

A) deze goal telt niet en het blijft tijd voor de rust

B) deze goal telt wel, je had immers al afgefloten

C) deze goal telt niet, je deelt nog een gele kaart uit voor de spits en je kent een directe vrije schop toe die nog moet worden uitgespeeld

D) deze goal telt niet, je deelt nog een gele kaart uit voor de spits en het blijft tijd voor de rust

 

Vraag 26: Wanneer een verdediger een aanvaller vasthoudt bestraf je dit altijd met een directe vrije schop of strafschop wanneer dit:

A) onvoorzichtig of gepaard gaat met buitensporige inzet

B) vaker gebeurt gedurende de wedstrijd

C) naar jouw oordeel nodig is

D) met twee handen gebeurt

 

Vraag 27: Een keeper verliest de bal uit zijn handen terwijl hij wil gooien en de spits komt aangesneld. Toch ziet de keeper na zijn stomme actie nog kans om de bal uit zijn 16 meter weg te slaan om zo op het nippertje de doelpoging van de spits te voorkomen. Wat doe je?

A) je geeft geen kaart maar kent een indirecte vrije schop toe voor de aanvallers op de buitenste lijn van het doelgebied in de richting waar de keeper de bal wegsloeg

B) je geeft de keeper rood voor het ontnemen van de doelpoging en kent een indirecte vrije schop toe aan de aanvallers waar de keeper de bal wegsloeg

C) je geeft geen kaart maar kent een indirecte vrije schop toe voor de aanvallers waar de keeper de bal wegsloeg

D) de wedstrijd kan gewoon voortgezet worden aangezien de bal uit de handen van de keeper gleed

 

Vraag 28: Met welk lichaamsdeel hoef je geen rekening te houden bij het beoordelen van buitenspel?

A) een been
B) het hoofd
C) de arm
D) de borst

 

Vraag 29: Wat is waar over een spelhervatting met een scheidsrechtersbal?

A) er mogen altijd maar twee spelers betrokken zijn bij een scheidsrechtersbal

B) ten minste twee spelers moeten de bal hebben geraakt na een scheidsrechtersbal om een geldig doelpunt te kunnen maken

C) wanneer niemand de bal raakt en deze de zijlijn passert, kan het spel worden voortgezet met een inworp

D) de speler die de bal het eerst raakt nadat deze heeft gestuiterd mag de bal niet meer raken voordat een andere speler de bal heeft geraakt

 

Vraag 30: Trainers zijn soms verhit en nu komt er eentje het veld op en begint je grof te beledigen. Je legt het spel stil omdat hij het veld op komt, wat doe je verder?

A) je stuurt hem terug naar de reservebank

B) de trainer krijgt hiervoor geel en moet terug naar de reservebank

C) de trainer krijgt rood en moet de wedstrijd verlaten

D) je stuurt de trainer weg zonder rood en hij moet de wedstrijd verlaten

 

Vraag 31: Kop of munt, altijd spannend. Welk van deze uitspraken klopt hier niet over?

A) de ploeg die wint bepaalt welk doel ze gaan verdedigen

B) de ploeg die wint zal in de tweede helft aftrappen

C) het is aan de scheidsrechter om te bepalen wie kop of munt mag kiezen

D) alle bovenstaande uitspraken zijn correct

 

Vraag 32: Je hebt de Wilnis Slakken bij hun aanval een indirecte vrije trap toegekend. Deze moet worden genomen vanaf de strafschopstip. Bij het nemen raakt een speler van de Slakken de bal hoewel deze niet zichtbaar van zijn plek komt waarna een tweede speler de bal op het goal schiet en scoort! Wat moet je doen?

A) het wordt nu een doelschop voor de verdedigers

B) de indirecte vrije schop moet over worden gedaan

C) het wordt nu een indirecte vrije schop voor de verdedigers

D) het doelpunt is terecht aangezien de bal werd geraakt

 

Vraag 33: De spits van de Slakken passeert de laatste man en staat nu alleen nog voor de keeper. Met een stift verrast hij de doelman maar de bal is niet erg snel. In een laatste reddingsactie komt een verdediger aangesneld, weet de bal te raken en tikt hem tegen de paal. De bal rolt weer richting spits maar de verdediger, die op de grond ligt na zijn actie, tikt hem nu met zijn hand weg. Wat doe je?

A) je geeft een strafschop, geen kaart

B) je geeft een strafschop plus een gele kaart voor de verdediger

C) je geeft een strafschop plus een rode kaart voor de verdediger

D) je geeft een indirecte vrije schop, geen kaart

 

Vraag 34: Het is een directe vrije schop. Hij wordt hard genomen maar gaat per ongeluk via jou het goal in. Wat moet je nu doen?

A) een doelschop toekennen

B) de directe vrije schop laten overnemen

C) een scheidsrechtersbal toekennen

D) een doelpunt toekennen

 

Vraag 35: Bij welk van deze overtredingen geef je een indirecte vrije schop?

A) spugen naar een zojuist gewisselde speler die boos het veld terug in was gelopen

B) gevaarlijk spel met een te hoog been waarbij ook de tegenstander wordt geraakt

C) een speler maakt een correcte tackle waarbij de aanvaller valt

D) een trainer die zonder toestemming het veld in komt lopen

 

Vraag 36: Een middenvelder van de Slakken ziet dat een tegenstander geblesseerd in het veld ligt en besluit daarom de bal niet te spelen. Je fluit af zodat de speler geholpen kan worden. Daarna besluit je het spel te hervatten met een scheidsrechtersbal, alleen een speler van de tegenstander doet hieraan mee waardoor hij vrij baan heeft voor een hard schot. Zo hard dat hij door de onverwachte actie zo het goal inrolt. Wat is de volgende wedstrijdhervatting?

A) een aftrap na doelpunt

B) een hoekschop

C) een doelschop

D) een scheidsrechtersbal (opnieuw genomen)

 

Vraag 37: Hoe moet een wissel verlopen?

A) de speler die het veld afgaat hoeft dit niet ter hoogte van de middenlijn te doen, de speler die het veld opgaat moet dit wel ter hoogte van de middenlijn doen

B) beide spelers moeten het veld verlaten en betreden ter hoogte van de middenlijn

C) de speler die het veld afgaat moet dit doen ter hoogte van zijn dug-out, de speler die het veld opgaat moet dit ter hoogte van de middenlijn doen

D) de speler die het veld afgaat moet dit doen bij de dichtstbijzijnde zijlijn of doellijn, de speler die het veld opgaat moet dit ter hoogte van de middenlijn doen

 

Vraag 38: De spits van de Wilnis Slakken staat buitenspel op het moment dat een teamgenoot een doelpoging doet met een schot. De bal wordt gestopt en komt daarna bij een verdediger terecht die de bal wil schoppen, maar dit niet goed doet. De spits krijgt de bal en weet zo te scoren. Wat is je beslissing over dit doelpunt?

A) indirecte vrije schop vanwege buitenspel. Het is immers beïnvloeding van het spel van een tegenstander

B) het is gewoon een geldig doelpunt

C) indirecte vrije schop vanwege buitenspel. Het is immers onrechtvaardig voordeel behalen uit een buitenspelpositie

D) een scheidsrechtersbal in plaats van een doelpunt

 

Vraag 39: Een speler besluit zijn inworp vanaf een andere plaats te nemen dan jij duidelijk had aangegeven, wellicht door zijn gehaastheid. Wat doe je wanneer de bal bij een tegenstander terecht komt?

A) je past de voordeelregel toe kunt door laten spelen

B) je laat de inworp overdoen, maar ditmaal vanaf de juiste plaats

C) je legt het spel stil en geeft de inworp aan de tegenpartij vanaf dezelfde plaats

D) je legt het spel stil en geeft de inworp aan de tegenpartij vanaf de juiste plaats

 

Vraag 40: Een speler was het veld afgegaan vanwege een blessure. De bal is in het spel, vanaf welke plek mag hij het veld weer in nu hij weer is hersteld?

A) alleen na een teken van jou, overal vanaf de zijlijn

B) alleen na een teken van jou en alleen ter hoogte van de middenlijn

C) alleen na een teken van jou, overal vanaf de doel- en zijlijn

D) alleen na een teken van jou, overal ter hoogte van de eigen speelhelft

 

 

Vraag 41: Twee spelers van verschillende teams maken tegelijk een overtreding in de middencirkel. Speler 1 duwde zijn tegenstander terwijl speler 2 op hetzelfde moment grof commentaar had op jouw fluitkunsten. Wat beslis je wanneer je van mening bent dat een disciplinaire straf niet noodzakelijk is?

A) je laat doorspelen aangezien beide ploegen fout zitten

B) je legt het spel stil en hervat met een directe vrije schop voor het team van speler 1, vanwege het commentaar van speler 2

C) je legt het spel stil en hervat met een directe vrije schop voor het team van speler 2, vanwege het duwen door speler 1

D) je legt het spel stil en hervat het spel met een scheidsrechtersbal

 

Vraag 42: Een onhandige aanvaller valt terwijl hij een strafschop wil nemen. Hij weet snel weer op te staan en na enkele stappen te hebben gezet schiet hij de bal zo het goal in. Wat vind je hiervan?

A) je keurt het doelpunt niet goed, geeft de speler geel en laat de strafschop overnemen

B) je keurt het doelpunt niet goed en geeft het andere team nu een indirecte vrije schop

C) je keurt het doelpunt niet goed, geeft de speler geel en geeft het andere team nu een indirecte vrije schop

D) je keurt het doelpunt goed en wijst naar de middenstip voor een aftrap

 

Vraag 43: De Slakken hebben balbezit, maar dan loopt er ineens een toeschouwer het veld op. Je legt de wedstrijd stil, maar wat doe je om het spel weer te hervatten?

A) je geeft een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen je affloot

B) je geeft een scheidsrechtersbal op de plaats waar de toeschouwer was toen je affloot

C) je geeft een scheidsrechtersbal op de plaats waar de toeschouwer het speelveld op kwam

D) je geeft een indirecte vrije schop voor de Slakken op de plaats waar de bal was toen je affloot

 

Vraag 44: Een verdediger speelt de bal met zijn scheenbeen richting keeper die de bal oppakt. Wat beslis je hierover?

A) je laat het spel doorgaan

B) je fluit af en geeft de andere ploeg een indirecte vrije schop op de plek waar de keeper de bal pakte

C) je fluit af en geeft de andere ploeg een indirecte vrije schop op de plek waar de speler de bal raakte

D) je fluit af en geeft de verdediger geel en de andere ploeg een indirecte vrije schop op de plek waar de keeper de bal pakte

 

Vraag 45: Een speler gooit de bal bij een inworp tegen de rug van een onoplettende verdediger om zo de bal zelf weer te kunnen spelen. Het was zachtjes, geen gewonden. Wat doe je?

A) je laat de inworp opnieuw nemen, maar ditmaal door de tegenpartij

B) je geeft een indirecte vrije schop voor de verdediger

C) dat is geel voor de speler en een indirecte vrije schop voor de verdediger

D) je laat gewoon doorspelen

 

Vraag 46: Een veldspeler wordt behandeld voor een blessure buiten het veld naast het eigen doel. Hij heeft een bidon vast om wat te drinken maar besluit deze naar een tegenstander te gooien die zich in het strafschopgebied bevindt. Je onderbreekt het spel, maar wat is je volgende besluit?

A) je geeft de bidon-gooier geel en kent een strafschop toe

B) je geeft de bidon-gooier rood en kent een strafschop toe

C) je geeft de bidon-gooier rood en kent een vrije schop toe op de plek waar de tegenstander de bidon tegen zijn hoofd kreeg

D) je geeft de bidon-gooier geel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plek waar de tegenstander de bidon tegen zijn hoofd kreeg

 

Vraag 47: Hoe lang moet een voetbalveld minimaal zijn?

A) 70 meter
B) 80 meter
C) 90 meter
D) 100 meter

 

Vraag 48: Je stopt het spel vanwege een veldspeler die zich buiten het veld begaf en een wissel van de tegenstander spuugde. Wat is nu je actie?

A) de veldspeler krijgt geel en je geeft een scheidsrechtersbal in de buurt van de zijlijn

B) de veldspeler krijgt geel en je geeft een indirecte vrije trap voor de tegenstanders in de buurt van de zijlijn

C) de veldspeler krijgt rood en je geeft een scheidsrechtersbal in de buurt van de zijlijn

D) de veldspeler krijgt rood en je geeft een directe vrije trap voor de tegenstanders in de buurt van de zijlijn

 

Vraag 49: Tijdens het nemen van een strafschop schreeuwt een andere aanvaller ineens heel luid. De keeper wordt er zelfs van in de war gebracht waardoor de nemer van de strafschop hem er zo in knalt! Wat doe je?

A) je keurt het doelpunt af en hervat met een directe vrije schop voor de verdedigers

B) je keurt het doelpunt af en hervat met een indirecte vrije schop voor de verdedigers en de schreeuwlelijk krijgt geel

C) je laat de strafschop opnieuw nemen. De schreeuwlelijk krijgt geel

D) je keurt het doelpunt goed en wijst naar de middenstip

 

Vraag 50: Bij een strafschop neemt een speler een aanloop, en schopt de bal zonder zijn aanloop te onderbreken met zijn hak zo het doel in. Wat moet je beslissen?

A) je moet de strafschop opnieuw laten nemen

B) je moet hier een doelpunt toekennen

C) je moet de speler geel geven en de tegenpartij een indirecte vrije schop toekennen vanaf de doelstip

D) je moet de speler geel geven en de strafschop opnieuw laten nemen

 

Hoop dat je de vragen met plezier hebt beantwoord. Heb jij het allemaal goed? De antwoorden vind je hier.

Comments are closed.

Open

Decathlon - alles voor de sporters